De Banden met Oranje -2-

Paleizen, Privéleven en Donkere Bladzijden

 

Herkenbaar Oranje: Prinsjesdag en gouden koets

Misschien moet ‘Het Oranje Boek’ van Ben Speet wel op de verplichte boekenlijst van  inburgeringscursussen. Handzaam formaat (12,5 x 17 cm), korte, makkelijk te bevatten teksten en veel (ruim 350) illustraties. Het helpt allemaal mee om een idee te krijgen van wat je een beetje stout kunnen omschrijven als ‘de Nederlandse Identiteit’.

Het Nederlandse geld, zelfs de Nederlandse Euro, een aantal belangrijke nationale feestdagen, veel belangrijke gebouwen in het land: ze hebben allemaal een band met Oranje. En als er een troonswisseling komt, wat is het dan niet handig om even te kijken wie er nog meer op de Nederlandse troon hebben gezeten en wat hun kwaliteiten, eigenaardigheden en hebbelijkheden waren.

Maar Het Oranje Boek is natuurlijk voor alle Nederlanders bedoeld. Want wie weet nu alles over de Oranjes? Niemand. Hoewel, eigenlijk hoort dat ook zo. Zonder sluiers en controverses gedijt geen enkel koningshuis.

Prins Claus verwoordde het standpunt van de Oranjes omtrent publicaties ooit als: ‘Alles wat over ons wordt geschreven is een stukje van de puzzel. Het is te hopen dat al die stukjes ooit in elkaar passen.’

IJdele hoop natuurlijk. Maar alle beetjes helpen. En Het Oranje Boek is dus een nieuwe bijdrage aan het oplossen van de puzzel.

Standaardwerken

Louise de Coligny (1555-1620)

Paleis Noordeinde 1817

Ben Speet raadpleegde voor het maken van zijn boek, zo zegt hij  in zijn voorwoord, een aantal standaardwerken. Onder meer de ‘Encyclopedie van het Koninklijk Huis’ (Het Spectrum 2005), de 52 delen tellende verzamelreeks ‘In naam van Oranje’ (1993-1995) en de boeken die Cees Fasseur schreef over Wilhelmina en het huwelijk van Juliana en Bernhard. Het klinkt indrukwekkend en genoemde werken staan te boek als betrouwbare bronnen. Hoewel hier en daar toch ook al weer wat zaken gedateerd zijn.

Uit een en ander volgt wel dat Het Oranje Boek geen nieuwe inzichten toevoegt. Maar dat  pretendeert de schrijver ook niet.

Het boek is op zijn best als het om historische gegevens gaat: inzichten en informatie waarin inmiddels de factor tijd zijn werk heeft gedaan. Ja, paleis Noordeinde was ooit een chique woonhuis in de Haagse binnenstad en Louise de Coligny nam er in 1591 – zeven jaar na de dood van haar man Willem de Zwijger – haar intrek. En hoe het verder is gegaan tot aan vandaag de dag? Lees het en kijk volgende Prinsjesdag met andere ogen naar de het wuif-tafereel op het balkon na het voorlezen van de troonrede.

Tijdreisje

Prins Alexander (1851-1884)

Het is überhaupt boeiend om met als thema de wederzijdse  betrokkenheid van Nederland en Oranje een tijdreisje te maken. ‘De eenzame kroonprins Alexander’, zoon van Willem III en Sophie en hoe hij, in 1884, aan zijn eindje kwam. Het omstreden bezoek van de Japanse keizer Hirohito aan Nederland in 1971. En wat weten we eigenlijk nog van de veenbrand in het Drenthse Vriezenveen in mei 1905?

Het is allemaal weer geboekstaafd in ‘Het Oranje Boek.’ Leuk en leerzaam. Echter, bij het bundelen van vijf eeuwen informatie is er altijd een valkuil: de recente geschiedenis. Daar is de zeef van de tijd nog niet aan te pas gekomen. Daar is het voor bundelaars oppassen geblazen. Want eigentijdse media hebben de neiging elkaar te herhalen en voordat je het weet is bijvoorbeeld Juliana zó Gewoon, gewoner kan niet.

Juliana: geen dik ondergoed

Terwijl Juliana wel degelijk, op gezette tijden, er op stond om als ‘Majesteit’ te worden aangesproken en Beatrix daarentegen de aanspreektitel ‘Mevrouw’ prima vindt. Dat zijn nieuwere inzichten, maar ook niet zo nieuw dat Ben Speet er voor zijn boek geen kennis van had kunnen nemen.

En, jammer dat ik het moet zeggen, maar hij heeft mijn boek ‘Ontwerpers van Oranje’ (Nieuw Amsterdam, 2008) niet geraadpleegd. Dat is zijn goed recht, maar waar hij in Het Oranje Boek over kleding van de Oranjes begint, gaat het vaak fout.

Want nee: Juliana had bij haar huwelijk in 1937 geen ‘dikke onderkleding’ onder haar trouwjapon. Haar japon was tegengevoerd met flanel. En nee, prinses Beatrix was als eenjarige in 1939 niet ‘als kabouter verkleed’. Ze droeg een blauwe babycape die ze maanden heeft gedragen en die prins Bernhard uit het buitenland had meegebracht. En nee, prinses Beatrix droeg in maart 1965 bij haar bezoek aan het dorpje Palumeu in Suriname geen ‘hoed in indiaanse stijl’. Ze droeg gewoon haar eigen hoed (van Maison Linette in Den Bosch). Alleen had ze van de Trio-Indianen van Palumeu een veren rand voor op haar Linettehoed gekregen.

Het geeft allemaal niet en op de eeuwigheid al helemaal niet, maar ook details beïnvloeden beeldvorming en daarbij kan je als (koninklijke) schrijver niet voorzichtig genoeg zijn.

In vijf eeuwen banden tussen Nederland en Oranje is echter het grootste deel geschiedenis en in dat opzicht is dit Oranje Boek een waardevolle aanwinst voor de grote Oranjebibliotheek.

 

Het Oranje Boek/Auteur Ben Speet/Uitg. WBOOKS/354 pag./ ISBN 9789040007033/Prijs € 14,95

 

Copyright Els Smit

Gepubliceerd op 8 mei